De talrijke Turken van JCI Gent

Even geleden zat ik met mijn twee stiefkinderen aan tafel, te genieten van een heerlijke pasta die Edward (mijn stiefzoon van 18 en verdienstelijk hobbykok) bij ontstentenis van de druk bezette mama des huizes op tafel had getoverd. Zoals wij dat dan doen, voeren we dan ook diepgravende gesprekken onder ons drietjes. Bij voorkeur zijn dat dingen die een dochter van 16 en een zoon van 18 misschien liever niet met hun moeder bespreken, maar net zo goed opvallend interessante politieke, economische of ideologische discussies. Het is een heerlijk moment om als ouder te zien hoe kinderen stilaan op je eigen niveau kunnen meepraten en zich een kritische mening over de wereld gaan vormen.

Vanzelfsprekend is ook JCI geregeld het topic du jour. Zo ook die zekere maandagavond tijdens het nuttigen van de – overigens excellente – pasta. Correctie, het ging eigenlijk over iets anders. Het ging om de een of andere reden over hoe divers de klassen van onze twee adolescenten zijn. Robin zit in het vierde jaar hotelschool, Edward in het zesde jaar wetenschappen. Beiden hebben ze sinds de lagere school hier in centrum Antwerpen nooit in een klas vertoefd waar niet minstens de helft van de klas uit allochtone leerlingen bestond. Eigen aan de grootstad wellicht, maar toen ik begin jaren negentig mijn korte broek versleet in de Sint Janschool in Leuven zat er welgeteld één (1!) jongen van Marokkaanse origine in de hele school. In het middelbaar – toegegeven, op een elitaire Antwerpse Steinerschool – werd dat trieste cijfer simpelweg herleid tot nul. Opgegroeid in een multicultureel milieu ben ik dus bepaald niet, in tegenstelling tot de schoolgaande jeugd vandaag.

Misschien is dat de reden waarom ik raar opkeek bij de vraag van mijn stiefzoon: “Zeg, zitten er bij JCI eigenlijk veel leden van allochtone origine?” Ik stopte even met kauwen en begon de virtuele ledendatabase in mijn brein te scannen op zoek naar een getal om de vraag passend te beantwoorden.

Laat het duidelijk zijn, het antwoord is: neen, je kan ze praktisch op één hand tellen. Ik kon me met moeite slechts een vijftal Vlaamse Jaycees met een exotisch tintje voor de geest halen. De logische vervolgvraag – en ik stel deze niet eens retorisch – hoort dan ook te zijn: hoe komt dat? De laatste officiële cijfers dateren reeds van 2011, maar toen was 15% van de Vlamingen van vreemde origine. Dat is een verhouding waar we bij JCI blijkbaar nog ver vanaf staan. Waar zijn die Marokkanen bij JCI Antwerpen? Welke Congolezen werden er bij JCI Brussel recent gepind? Waar zitten al de Italianen bij JCI Genk? Waar verstoppen die Turken bij JCI Gent zich eigenlijk?

De uiteindelijke vraag die hier gesteld moet worden, is er eentje die we met z’n allen moeten beantwoorden: “hoe komt het dat JCI Vlaanderen in essentie zo weinig etnisch divers is?” Zijn allochtone Vlamingen niet geïnteresseerd in een beweging als JCI? Of staan we om de één of andere onbewuste reden niet open voor hun aanwezigheid? Doen we met zijn allen iets om hen af te schrikken? Zijn jongeren die niet uit oervlaamsche klei geboetseerd werden niet ondernemend dan? Ik kan me met de beste wil ter wereld niet inbeelden dat we niet oprecht zouden openstaan voor zij met een andere culturele of etnische achtergrond. Of zie ik dat nu te eenvoudig?

Stof tot nadenken en de moeite om met onze Taskforce Groei verder uit te zoeken, lijkt me.