Kopke leeg

Veel mensen – inclusief mijn eigen vrouw – begrijpen het niet als ik zeg dat ik van opruimen, verhuizen en verbouwen hou. Eerlijk, in mijn schaarse vrije tijd doe ik niets liever dan even met de handen bezig zijn. Ik hou ervan eens een weekend lang muren en plafonds van een fris kleurtje te voorzien. Ik geniet er intens van om mijn huis, inclusief alle gecumuleerde rommel van de laatste weken en maanden, op te ruimen zodat ons interieur er weer uitziet als iets wat zo op een pagina van een chique interieurmagazine gepubliceerd kan worden. Ik sta graag (weliswaar met het nodige gegrom en gevloek als het niet meteen loopt zoals ik dat wil) uren te knutselen met mijn intussen impressionante collectie powertools, teneinde van een kale ruimte een luxueuze master bedroom te maken.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat ik eigenhandig ons hele Antwerpse herenhuis verbouwd heb, van ruwe jobs als muren slopen/zetten, chappe gieten en isoleren tot fijner werk als gyproc, kroonlijsten en stopcontacten plaatsen. Niks zo goed als een bezweet en bestoft lijf na een dag hard labeur afspoelen onder een veel te hete douche, om vervolgens met een fris glas goedkeurend te staan knikken bij het aanschouwen van de eigen arbeid.

Wat het juist is dat me zo aantrekt in dat soort klussen die voor veel mensen gelijk staan aan een voorgeborchte van de hel, is mij een raadsel. Zou het kunnen dat ik me op doorsnee dagen zoveel bezighoudt met academische, strategische en politieke projecten, dat ik onbewust op zoek ga naar afleiding door eens iets met mijn handen te doen? Ervaren mijn hersenen het als helend dat het meest complexe denkwerk op dergelijke momenten bestaat uit de vraag hoelang een steunbalk in een plafond juist moet zijn? Associeer ik die obligate pistolet met kaas tussendoor als een nostalgische herinnering aan geslaagde verbouwingen van weleer? Geniet ik misschien intens van eens vuile handen te hebben, van het type dat met geen zeep ter wereld nog helemaal proper raakt, omdat ik aan mezelf wil bewijzen dat er diep in die metroseksueel met een voorkeur voor roze dassen toch nog ergens een machismo bouwvakker verborgen zit?

Ik vermoed dat al het bovenstaande er wel wat mee te maken zal hebben. Maar nu de vrije momenten door de JCI-engagementen tot een belachelijk minimum herleid werden, denk ik toch ook nog een bijkomend motief gevonden te hebben voor mijn doe-het-zelf obsessie. Het maakt het kopke leeg, zoals men dat in schoon Vlaams placht te zeggen. Het is gewoon even afstand nemen van de dagelijkse prioriteiten en mij terugtrekken in mijn creatieve cocon. Waar anderen een boek lezen en zich onderdompelen in fictie of zich met een cocktail op een tropisch strand nestelen, begin ik een zetel te herstofferen, mijn kelder uit te mesten of parket te leggen. Op een absurde manier brengt het mij tot rust. Het is mijn enige vorm van escapisme geworden in het laatste decennium.

Ik denk dat ik na dit werkingsjaar maar eens aan onze tweede badkamer ga beginnen. Dat antieke bad op pootjes gaat zichzelf niet plaatsen, en een lege kop kan geen kwaad af en toe.